Steeds opnieuw komt de vraag in de praktijk: kinderen die verdrietig, boos of bang zijn omdat ze zich gekwetst voelen door andere kinderen.
Deze kinderen lopen vast doordat ze niet begrijpen waarom andere kinderen zo zich hard gedragen en zo lelijk tegen hen doen.
Ouders en leerkrachten zeggen dat ze meer weerbaar moeten worden en bij wijze van spreken om zich heen moeten meppen.
Dat advies is echter het laatste wat deze kinderen ooit zullen doen.

Welke kinderen hebben last van andere kinderen?

Vaak gaat het om (hoog) gevoelige kinderen met verschillende kenmerken:

  • Ze voelen andere kinderen goed aan en pakken emoties van anderen gemakkelijk op
  • Ze weten moeilijk onderscheid te maken tussen hun eigen gevoelens en die van anderen
  • Ze zijn vaak erg loyaal naar vriendjes en houden veel rekening met de gevoelens van anderen
  • Lawaai en grove omgangsmanieren vinden ze meestal moeilijk
  • Ze hebben een grote en gevoelig afgestelde antenne voor rechtvaardigheid en kunnen daarom wakker liggen van onrecht
  • Ze ‘weten’ dat iemand zich anders voordoet of een masker draagt zonder dat ze kunnen benoemen wat er is. Ze raken in de war als mensen ontkennen wat zij hebben gezien of ‘weten’
  • Ze kunnen vaak goed met dieren overwegen en ontvangen ook troost van dieren
  • Anderen ervaren nogal eens stemmingswisselingen bij deze kinderen en noemen ze dan moeilijk in de omgang
  • Ze komen soms verlegen of teruggetrokken over
  • Ze voelen zich soms diep gekwetst en raken van slag wanneer anderen onvriendelijk en afwijzend reageren

Het lukt deze kinderen vaak niet om zich te verdedigen of af te sluiten voor de ‘grote boze wereld’ en wat ze eigenlijk hebben te leren is hoe ze zich beter kunnen verweren tegen onvriendelijkheid en afwijzing.

De aanpak in de praktijk

Allereerst breng ik samen met de ouders en het kind in kaart wat er speelt en wat het kind eigenlijk moet leren om zich beter te voelen.
Meestal gaat dat om een vorm van weerbaarheid die ik ‘het aanbrengen van een teflon laagje’ noem. Vaak teken ik op het bord een poppetje en laat zien met pijlen wat er gebeurt bij het kind door de pijlen recht in het hart en in het hele lichaam te laten verdwijnen. Bij iedere pijl schrijven we hoe deze pijl heet en eventueel welke opmerking erbij hoort.
Het kind beaamt dat het klopt en dan kunnen we verder.
Heel belangrijk is om nu te benoemen wat de verborgen kwaliteiten zijn van het probleem, namelijk:

  • het vaststellen van de gave van opmerkzaamheid
  • de loyaliteit
  • het scherpe inzicht
  • het vermogen tot samenwerken
  • het eindeloze doorzettingsvermogen om steeds opnieuw het contact aan te gaan
  • het verwerken van moeilijkheden wat alleen nu nog op een rode manier gebeurt
  • en …. verder alle kenmerken omkeren van het rode gevoel naar de groene talenten en competenties

Op het moment dat het kind kan accepteren dat het over deze prachtige eigenschappen beschikt en hoe het deze kan inzetten, kunnen we overgaan naar een volgende fase.

Wat moet het kind leren

Nu is het tijd om te ontdekken wat het kind het meeste gaat helpen. Daarom moeten we eerst ontdekken wie het kind wil zijn in relatie tot de ander. Door met puzzelstukken, voerankers en het touw te ontdekken wat jouw ruimte kan en mag zijn én wie jij bent ten opzichte van anderen, wordt de eigen persoonlijkheid versterkt en ontstaat als het ware de toestemming om jezelf te leren verdedigen.
Daarna kunnen we ontdekken wat het kind het beste kan helpen om zich werkelijk te verdedigen en hoe het een beschermend teflon laagje kan ontwikkelen en in stand kan houden. Dit doen we door te oefenen met manieren van oogcontact maken, helpende zinnetjes en lichaamshoudingen te oefenen die kunnen helpen. En we oefenen net zolang door totdat we de juiste worden en houding hebben gevonden.

Tot slot doen we meestal nog een oefening waarin ik zandzakjes naar het kind gooi. En altijd vangen de kinderen braaf de zandzakjes net zoals ze de kwetsingen als het ware keurig opvangen.
De volgende stap is het begeleiden van de worp met een kwetsende opmerking. Ook dan is de reactie van het kind vrijwel altijd de handen vooruit te steken om de zakjes te vangen.
We gaan dan een poosje oefenen met het laten vliegen en vallen van de zandzakjes en het teruggooien. Het neemt meestal een minuut of 5 voor het kind werkelijk doorheeft dat het een keuze heeft in het laten raken van een zakje en een opmerking.
Daarna gaat het snel.
Wanneer we met de begeleidende ouder, die soms ook meedoet, hebben kortgesloten hoe deze ouder het kind kan helpen in het dagelijks leven, kunnen we de sessie met een krachtig kind afsluiten.

En iedere keer is het weer geweldig om een stralend kind de deur uit te zien gaan met nieuwe mogelijkheden en aanvaarding van de eigen talenten.


Lees ook: Je eigen ruimte innemen
Lees ook: Wat als je er niet bijhoort
Lees ook: Reken af met kwetsende pijlen
Lees ook: Een muur om je heen kan heel verstandig zijn
Lees ook: Leer je boosheid uiten op een gezonde manier
Lees ook: Van je best doen, word je erg moe
Lees ook: De kindercoach als Tomtom
Lees ook: Alleen met de luikjes open kun je leren
Lees ook: Hoe fietsen en darten helpen om beter te leren
Lees ook: Waarom ouder aanwezig zouden moeten zijn tijdens coaching en therapie


Je las een blogartikel van Centrum Tea Adema…

…maar kijk gerust ook eens naar de andere informatie op onze website:

Opleidingen voor (aspirant) kindercoaches en beroepskrachten:

Hulp voor kinderen en hun ouders:

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen en video’s vol tips en inzichten?

Like dan onze Facebook-pagina of schrijf je in voor onze 2-wekelijkse nieuwsbrief. Allebei mag ook. ;-)