Renée Wolfs is auteur van onder meer ‘Wereldkind, praten met je adoptiekind’. In dit handboek, dat inmiddels al in zesde druk verschenen is, beschrijft zij op welke leeftijd een adoptie- of pleegkind aan welke informatie toe is. Ook beschrijft zij uitgebreid wat adoptie-rouw is, en hoe je daar als ouder mee om kunt gaan. Het boek is bedoeld voor ouders met adoptiekinderen van 0-12 jaar. Haar tweede boek ‘De adoptiedialoog’ is bedoeld voor ouders met geadopteerde tieners. Meer informatie over haar boeken kunt u vinden op www.reneewolfs.com.
In dit artikel beschrijft ze haar persoonlijke ervaringen met haar eigen (geadopteerde) kinderen.

‘Openheid is onomkeerbaar en gaat verder dan ik dacht’

Met drie Chinese kinderen zijn we volstrekt nergens meer anoniem. Adoptiethema’s zijn in ons gezin dan ook aan de orde van de dag. Steeds komen ze weer voorbij, de vragen en opmerkingen over hun geschiedenis en hun culturele en genetische identiteit. Waarom ze kleiner zijn dan de andere kinderen, waarom Nederlandse broeken van hun billen afzakken. Of China nog verder is dan Maastricht, of Hongarije. Wanneer we eens teruggaan.
Natuurlijk is het praten over hun afkomst niet alleen maar ‘leuk’. Soms maak je met een gesprek emoties los. Maar een ding staat vast: sinds ik  begonnen ben om het thema bespreekbaar te maken, kan ik niet meer terug. Openheid is onomkeerbaar, en het gaat verder dan ik aanvankelijk dacht. Het belangrijkste is daarom, dat ik goed voorbereid ben en dat ik mijn kinderen volg.

Vindplaatsen
Zo herinner ik me een moment in de badkamer vorig jaar. We waren bezig met tandenpoetsen, de kinderen zouden zo gaan slapen. “Mama, mag ik uit je borsten drinken?” vraagt mijn (toen nog) vijfjarige dochter. Ik wieg haar als een baby’tje en ze drinkt zogenaamd uit mijn borsten. “Dat heb ik bij mijn Chinamoeder ook gedaan hè”, zegt ze. Ik aarzel, wil dit niet zomaar bevestigen. “Misschien”, zeg ik, “maar dat weten we niet zeker, want je bent al heel snel nadat je geboren bent, gevonden.”

We praten weer even over het moment dat ze te vondeling werd gelegd, dat ze waarschijnlijk heel warm was aangekleed door haar Chinamoeder en dat ze op een plek was neergelegd waar heel veel mensen waren, zodat zij zeker wist dat haar kindje snel gevonden zou worden. Ze knikt, kent dit verhaal al helemaal uit haar hoofd. Het is een veilig, intiem moment en ik besluit iets wezenlijks aan het verhaal toe te voegen. “Zou je misschien willen weten waar je gevonden bent?” “Ja!”, zegt ze, met een gretigheid die ik niet van haar ken. Mijn hart slaat een slag over. Even haper ik. Dan vertel ik het haar zo rustig mogelijk. Mijn dochter gaat gewoon door met tandenpoetsen. “En ik mama,” vraagt mijn andere dochter van net vier jaar oud, “waar ben ik gevonden?” Omdat ik zie dat de kinderen rustig blijven, word ik het ook. Ook zij krijgt haar antwoord, en dan volgt op verzoek ook de vindplaats van hun broertje.

Maandenlang hoor ik niets meer over de vindplaatsen. Na een maand of vier vraag ik mijn oudste dochter terloops: “Weet je eigenlijk nog waar je gevonden bent?” Haar ogen flikkeren helder op, en nog geen milliseconde later noemt ze feilloos de plek waar ze is neergelegd. Wat ik al vermoedde wist ik toen zeker: openheid is onomkeerbaar. Eenmaal gezegd blijft gezegd.

Zaadjes en eitjes
In diezelfde periode ontspint zich nog een ander, tamelijk ingewikkeld vraaggesprek tussen mijn oudste dochter en mij. Een vraaggesprek dat misschien het thema ‘adoptie’ voorbij gaat, maar dat waarschijnlijk toch het gevolg is van onze openheid ten aanzien van hun achtergrond:

“Mama, Eva zegt dat ik niet met mijn broertje kan trouwen.” Ik grinnik, leg haar uit dat dat in dit speciale geval wel zou kunnen. Ze komen tenslotte allebei uit de buik van een andere Chinamoeder. Waarop ze vraagt: “Kan ik eigenlijk ook met een meisje trouwen later?” Ik bevestig dat dat ook kan, maar dat ze dan alleen geen kindje in haar buik kan krijgen omdat twee vrouwen wel eitjes, maar geen zaadjes hebben.
Na dit antwoord is mijn dochter stil, ze speelt met haar armbandje. Dan vervolgt ze: “Dan trouw ik toch maar met een jongen want ik wil wel voor een kindje zorgen.” Ik leg haar uit dat ze ook een kindje kan adopteren, maar tegelijk wil ik haar natuurlijk niets opdringen. Ineens herinner ik mij een jongetje uit haar klas met twee moeders. En ik zeg: “Maar als je met een meisje trouwt, kun je ook van een jongen een zaadje lenen.” Mijn dochter krijgt een verontruste blik in haar ogen, schuifelt heen en weer op haar stoel. “Maar als die jongen dat nu niet wil mama, en de volgende jongen ook niet?” Ik verzeker haar dat er altijd jongens zijn die dat wel willen.
Ze kijkt strak naar de tafel, plukt aan haar armbandje. Dan verzucht ze: “Ik denk dat ik tóch maar met mijn broertje trouw.”

Nooit had ik vooraf kunnen vermoeden dat ik met mijn vijfjarige dochter zo’n ingewikkeld gesprek met zo’n vanzelfsprekendheid zou kunnen voeren. Sinds we het zaadje van de adoptie geplant hebben, lijkt het of haar hersenen op diverse fronten actief zijn geworden; ze vraagt en vraagt maar door.

Grote Liefde
Hoe anders verloopt de communicatie met onze dochter van vier, die ingewikkelde dingen liever oplost met humor en spel. Zo hadden we ons over haar start in groep 1 enige zorgen gemaakt, vooral omdat ze altijd zo graag ‘klein’ wil zijn en bij mama op schoot wil zitten. Maar toen we haar die eerste dag ophaalden, keken we in de ogen van een stralende kleuter. Genoeglijk had ze zich genesteld op de schoot van haar Nieuwe Juf. Het was liefde op het eerste gezicht, en wel van twee kanten.
Die eerste weken zat ze liefst iedere minuut bij haar nieuwe Heerlijke Juf op schoot. “Ga je nu alweer naar de kleuterjuf? Blijf toch gezellig bij mij!” plaagde ik haar soms. “Nee!” riep ze, “Ik ga lekker met mijn juf knuffelen!” En ze keek me heel uitdagend aan. “Nee, nee”, kermde ik. “Je mag alleen met mij knuffelen, en niet met de juf!” “Maar ik doe het lekker toch!” riep ze dan weer met pretlichtjes in haar ogen.
Ze vond het geweldig, dat spel, en vanaf de tweede schoolweek speelden we het iedere dag. Dan zei ze: “Mama, jij moet zeggen: niet met de juf knuffelen!” En dan zei ik dat, en dan schaterde ze van het lachen en riep ze dat ze natuurlijk WEL met de juf ging knuffelen. Ik genoot er net als zij enorm van. En gaandeweg riep ik soms ook: “Maar wie vind je nou liever, de juf of mij?!” Dan riep ze stralend: “M’n juf!” Ze sommeerde me dan vaak dat ik heel hard moest gaan huilen, waarop zij zo nodig nog harder begon te lachen en mij kwam troosten omdat ze ook heel veel van mij hield.

Wekenlang ontroerde ze me met haar inventieve spel. Op deze manier leerde ze zichzelf dat ze ook heel veel van anderen mocht houden, terwijl ze aan de andere kant steeds bevestigd kreeg dat ik verschrikkelijk veel van haar hou en dat wij een unieke band hebben, dat ik haar nooit los zal laten.

Ontdekkingsreis
Natuurlijk is het niet zo dat er in ieder gezin op deze manier over adoptie of andere zaken gepraat wordt. Openheid brengt bij ieder kind en bij iedere ouder een andere dynamiek met zich mee en uiteindelijk zal iedereen er zijn unieke invulling aan geven. Toch is ‘open zijn’ tegelijk iets wat hedendaagse adoptiegezinnen verenigt, we zoeken allemaal op een unieke manier naar de ‘eerlijkste’ weg. Een weg die door geen eerdere generatie adoptie-ouders zo bewust wordt doorlopen.
Voor mij is ‘open zijn’ een persoonlijke ontdekkingsreis geworden. Regelmatig nemen mijn kinderen mij bij de hand om me te laten zien wat zij willen leren, en hoe. De een wil de feiten begrijpen, de ander zoekt naar grenzen in liefde en loyaliteit. Ze wijzen me allebei een andere weg, maar laten mij ook zien dat ik niet bang of onzeker hoef te zijn. Zolang ik maar eerlijk ben en goed naar hen kijk, kan ik alles op hun eigen niveau bespreekbaar maken. Maar dan wel stapje voor stapje, zodat er steeds iets kleins aan hun wereld wordt toegevoegd.

Met dank voor deze bijdrage van Renee Wolfs
Heeft je kind of jij behoefte aan ondersteuning dan kun je een beroep doen op de praktijk voor kindercoaching. Hier kun je ook de nieuwsbrief aanvragen.
De opleiding tot kindercoach geeft vele handvatten om ouders en kinderen te helpen in situaties die moeilijk zijn.


Je las een blogartikel van Centrum Tea Adema…

…maar kijk gerust ook eens naar de andere informatie op onze website:

Opleidingen voor (aspirant) kindercoaches en beroepskrachten:

Hulp voor kinderen en hun ouders:

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen en video’s vol tips en inzichten?

Like dan onze Facebook-pagina of schrijf je in voor onze 2-wekelijkse nieuwsbrief. Allebei mag ook. ;-)