Kinderen hebben een enorm uithoudingsvermogen en zetten normaal gesproken alles op alles om te laten weten dat er iets niet in orde is.
Kinderen willen ons laten weten wat er met ze aan de hand is en geven signalen over hun wensen.
Alleen het kind wat heeft ervaren dat de grote mensen om hem heen geen sjoege geven als hij signalen afgeeft, geeft het op. Dit kind wordt apathisch en bijna onzichtbaar en lijkt heel erg aangepast en het liefste kind ter wereld. De vraag is echter of dat wel zo gezond is.

Kinderen hebben behoeften en ouders hebben behoeften

Ons gedrag wordt gestuurd vanuit onze behoeften. Dat is wat we ten diepste nodig hebben en willen.En omdat we meestal onbewust gestuurd worden door deze behoeften, vergeten we ze en staan we er niet bij stil.
Als ik ouders vraag waar ze het meeste behoefte aan hebben, noemen ze meestal rust, ruimte en harmonie. Deze zijn vaak ver te zoeken wanneer er problemen spelen met een kind en in de hectiek van iedere dag.
Kinderen hebben behoefte aan veiligheid en structuur, regels en grenzen en duidelijkheid. Daarnaast hebben kinderen behoefte aan plezier en het krijgen van ruimte waarin ze zelfstandigheid en autonomie leren.

Overlap aan behoeften

Eigenlijk zijn de behoeften van ouders en kinderen overlappend, maar ze uiten zich op een volstrekt andere manier.
Ouders staan er namelijk niet bij stil dat ze rust, ruimte en harmonie krijgen door stevig en standvastig structuur en regelmaat te bieden en daar aan vast te houden. De praktijk van alle dag is meestal dat ouders achter de feiten aanlopen en hun kinderen veelvuldig corrigeren op moeilijk gedrag. Ouders zeggen dan dat de kinderen niet luisteren en gehoorzamen. Vaak gebeurt het dan dat ouders gaan soebatten en onderhandelen over gedrag en wensen van hun kinderen.
In feite worden dan de rollen omgedraaid wat betekent dat ouders niet goed luisteren naar hun kinderen en niet gehoorzamen aan wat hun kind ten diepste nodig heeft.
Wat kinderen daardoor doen, is op allerlei manieren duidelijk maken dat ze een behoefte hebben.

Poster_TeaAdema_LRVanuit behoefte naar gedrag

Omdat kinderen nog niet beschikken over een groot scala aan gedragsmogelijkheden, zijn ze nogal eenzijdig in het laten weten van wat ze nodig hebben en willen.
Dit betekent dat kinderen steeds een tandje bijzetten om te laten weten wat ze nodig hebben. Een kind wat te weinig veiligheid en structuur ervaart, kan dan bijvoorbeeld woedeaanvallen ontwikkelen of angstklachten.
Kinderen die zich niet gehoord en gezien voelen, gaan steeds harder schreeuwen of duwen en trekken als ze nog jonger zijn.
Als ouders, maar ook leerkrachten en andere jeugdwerkers alleen het gedrag zien, zullen ze reageren op het ongewenste gedrag. Het kind zet een tandje bij en ook de volwassene zet een tandje bij.
Zo krijg je een beweging van deze vuist op deze vuist waarbij de onmacht steeds groter wordt.
Vanuit de niet geziene en erkende behoefte ontstaat er steeds meer negatief (rood) gedrag.

De beweging naar de oplossing

Is de volwassene in staat de behoefte van het kind te zien en deze te erkennen, dan handelt de volwassene op een andere manier dan alleen maar corrigerend.
Het erkennen van de behoefte is overigens iets anders dan het kind zijn zin geven.
Het kind zijn zin geven is slechts meer aanzet tot een sterkere negatieve reactie. En ouder die de behoefte van zijn kind ziet en erkent, is in staat om leiding te geven en het kind structuur, veiligheid, grenzen, plezier en bescherming te bieden. Het kind voelt zich daardoor rustig worden en gaat altijd over op meer positief (groen) gedrag. Tegelijkertijd ontstaat er nu een kans om het kind meer gedragsmogelijkheden te leren.
Vanuit de rust van de leiding van de volwassene kunnen zij het kind helpen op andere manieren tegemoet te komen aan de eigen behoeften. Hierdoor leert het kind tevens verantwoordelijkheid nemen voor zijn behoeften als het ouder wordt. Het met woorden leren vragen wat je nodig hebt, levert tenslotte altijd meer op dan schreeuwen, slaan en schoppen.

De taal van behoeften leren kennen

Het is dus aan ouders en verzorgers om de taal van negatief gedrag te leren kennen zoals slaan, schoppen, schreeuwen, duwen, brutaal gedrag, voor je beurt gaan, miepen, piepen, zin door drijven, klagen, faalangst ontwikkelen en alle gedragingen waar wij zo’n hekel aan hebben.
Ouders, leerkrachten en verzorgers die de taal van de behoeften hebben leren kennen, geven op een vanzelfsprekende manier leiding aan kinderen. Wat ze daarvoor terug ontvangen is rust, ruimte en harmonie.
En kinderen kunnen dan hun uithoudingsvermogen gebruiken voor het leren van andere vaardigheden die nuttig kunnen zijn voor hun ontwikkeling. Ze hoeven dan geen energie meer te verliezen aan zinloos en moeilijk gedrag…


Lees ook: Wie heeft de regie in huis
Bekijk ook: Kinderen helpen bij problemen
Lees ook: Opvoeden in een bodemloze put?
Lees ook: De ellende van opvoedadviezen
Lees ook: