Ken je dat?
Heb je net een gloedvol betoog gehouden en denk je dat je punt hebt gemaakt, zegt de ander ja-maar en komt vervolgens met allerlei tegenargumenten. Waarop jij weer opnieuw kunt beginnen. Uiteraard ook startend met een ja-maar en zo pingpong je dan nog een poosje door.

Als ik een dergelijke discussie hoor, moet ik altijd denken aan het spelletje ‘deze vuist op deze vuist’.

Ouders met een puber in huis kennen dit fenomeen goed omdat de gemiddelde puber het heerlijk vindt om te argumenteren. Hij bedenkt allerlei ongenuanceerde redenen om zijn zin te krijgen, want hoe heerlijk is het om te strijden met je ouder? Tot één van beiden opgeeft en meestal is dat de ouder. Die gooit de handdoek in de ring of zet een maatregel in. De puber verdwijnt stampend naar boven en de ouder blijft machteloos achter.

Waarom vinden we ja-maren lastig?

Als je wilt dat je kind stopt met gamen omdat hij naar bed moet en je kind zegt ‘ja maar, ik moet dit spelletje nog afmaken’, dan is het even spannend. Wat ga je doen om hem in bed te krijgen?

Je puber heeft een ander belang dan jij en dat leidt zomaar tot een conflict. Jij wilt iets anders dan hij en jullie komen er niet uit want de ja-maren vliegen over en weer.

Jij hebt behoefte aan een brave puber die doet wat je zegt en je puber heeft behoefte om zijn eigen ding te doen. Je hebt zomaar het gevoel dat je de verliezer bent en weet niet meer wat te doen aan die weerstand waar jullie in beland zijn.

Weerstand doet iets met ons

Een ja-maar wijst op weerstand.
Aan weerstand hebben we een hekel want dat nodigt uit tot verdedigen omdat je denkt dat de ander een tegenstander is. Weet je niet wat de beste aanpak is om je puber op tijd in bed te krijgen, dan is weerstand helemaal een zware dobber.

Weerstand doet iets met ons.
De ene mens vindt het een uitdaging en de ander verliest er zijn zelfvertrouwen door. Dat maakt het zo lastig en lokt al die ja-maren uit voor het spelletje ‘deze vuist op deze vuist’. Net zo lang tot er iemand wint of verliest.

Argumenteren en overtuigen werkt niet

Zolang we argumenten uitwisselen, proberen we de ander te overtuigen. Daarmee raken we het vermogen tot luisteren kwijt. We luisteren als het ware alleen naar onze eigen argumenten en horen de argumenten van de ander niet meer. Zeker pubers ben je al heel snel kwijt als je hen probeert over te halen tot redelijkheid over huiswerk of thuiskomtijden. Ieder argument roept via een ja-maar een tegenargument op en je zult de puber niet kunnen overtuigen.

Het woord overtuigen komt uit de scheepvaart en betekent te veel tuig. ‘Overtuig’ je een zeilboot dan weet iedere zeiler dat de boot niet gaat varen.

Wil je verder komen met je kind in een discussie dan moet je met iets anders aankomen dan argumenten of overtuigingen.

Wat als je luistert?

Stel je voor dat je eerst doorvraagt naar de redenen voor de mening van je puber? Dat je een beetje mee beweegt en daarmee een vorm van erkenning geeft? Dat je zegt hoe vervelend het is dat je puber moet stoppen met gamen. Wat zou er dan gebeuren?

Het grappige is dat in mijn praktijk precies hetzelfde gebeurt. Ouders gaan als ik hen vraag begripvol te zijn en een beetje mee te bewegen, meteen ja-maren. Ze zeggen dat ze dan hun kind hun zin geven.

Waarop ik zeg dat het logisch is dat ze dat denken. Ik vervolg dan met een langgerekt woordje EN en stel een vraag:  ‘Waar zijn ze als ouders zo bang voor?’

Waarop ouders ja-maren dat hun kind dan de baas is. En via een paar ja-maren zijn we precies bij de kern van het probleem en kunnen we het over ouderschap hebben.

Als ik een advies geef, zullen ouders mij willen overtuigen dat het niet werkt. Ze hebben het al honderd keer geprobeerd. En ze hebben gelijk. Natuurlijk heeft het geen enkele zin dat ik ze vertel hoe het moet. Alsof ik het beter weet. Maar als ik luister en vragen stel, ontdekken de ouders zelf wat werkt. Zij kennen hun kind en weten wat het nodig heeft.

Wat kunnen we leren over ja-maren?

Ja-maren zijn nooit de oplossing. De puber die ja-maart voelt zich niet genoeg gehoord en gezien en zet een tandje bij. Het is dus de kunst om uit het ‘deze vuist op deze vuist’-spelletje te stappen.

Dat doe je in vijf stappen:

  • Beantwoord een ja-maar met een erkenning van dat wat je kind wil. “O, je wilt nog even gamen?”
  • Hierdoor zegt het kind ‘ja’ in plaats van ‘ja, maar’.
  • Vervolgens zeg jij: “EN we hebben een afspraak dat jij om half tien gaat slapen.”
    Gebruik nooit het woordje ‘maar’, want dan ben je de gegeven erkenning kwijt.
  • Als reactie op die afspraak mag jouw puber ja-maren.
  • Jij erkent wederom de wens van je kind om te blijven gamen EN herhaalt de afspraak.
  • Je kunt eventueel toevoegen: “Welke oplossing kun je bedenken die goed is voor ons allebei?”

Door deze vijf stappen blijf je weg van discussies en ben je beter in gesprek. Neem van mij aan: ieder kind wil samenwerken en je suggesties volgen. Mits het eerst gezien en gehoord is!

Blij zijn met ja-maar

Dus voortaan als je een vette ja-maar krijgt op je argumenten, wees blij en roep innerlijk heel hard YESS omdat het een kans is om elkaar beter te leren begrijpen. Je hoeft alleen maar te luisteren en geen spelletje ‘deze vuist op deze vuist’ te doen.
Tenzij je daar zin in hebt natuurlijk.


Je las een blogartikel van Centrum Tea Adema…

…maar kijk gerust ook eens naar de andere informatie op onze website:

Opleidingen voor (aspirant) kindercoaches en beroepskrachten:

Hulp voor kinderen en hun ouders:

Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen en video’s vol tips en inzichten?

Like dan onze Facebook-pagina of schrijf je in voor onze 2-wekelijkse nieuwsbrief. Allebei mag ook. ;-)