Het valt vaak niet mee om meer tekst uit je puber te krijgen dan ‘ja’, nee’, ‘duh’ en ‘boeit me niet!’ Hoe kom je tot een fijn – wederzijds – gesprek? Deze tips helpen gegarandeerd.

‘Sinds hij naar de middelbare school gaat, moet ik ieder woord eruit trekken.’ ‘Mijn dochter zet direct haar stekels op, als ik iets vraag.’ Hoe vaak opvoedcoach Tea Adema dit soort verzuchtingen niet hoort. Toch klopt het volgens haar niet dat pubers niet met hun ouders willen praten. ‘Het is eerder zo dat ze haarfijn aanvoelen wanneer je niet eerlijk bent. Of iets anders zegt dan je bedoelt. Dan krijg je éénlettergrepige antwoorden.’

In haar Praktijk voor Kindercoaching, gevestigd in Friesland, gebruikt Adema communicatieregels die ontleend zijn aan de methode van geweldloze communicatie. Die methode, ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Marshall B. Rosenberg, maakt duidelijk dat de manier waarop we communiceren met onze kinderen vaak gewelddadiger is dan we beseffen. Bijvoorbeeld omdat we uitdrukkingen gebruiken die agressief of verwijtend zijn: ‘Je doet wat ik zeg, en daarmee uit.’ Of: ‘Jij denkt altijd alleen maar aan je eigen pleziertjes.’ ‘Dat is praten tégen je puber in plaats van mét je puber,’ zegt Adema. ‘Praten is contact maken, en niet je zin proberen te krijgen. Als je echt contact maakt, komt zelfs de meest zwijgzame puber uit zijn schulp.’

1. Toon oprechte belangstelling

‘Mijn ouders luisteren nooit naar me,’ zeggen pubers vaak. Soms bedoelen ze dat ze hun zin niet krijgen. Maar meestal hebben ze gelijk. De hoofden van ouders zitten vol met boodschappen­lijstjes, waardoor ze niet onbevangen kunnen luisteren. Als je een goed gesprek wilt, moet je van tevoren zorgen dat je hoofd leeg is. Je moet de intentie hebben om echt te willen weten wat je kind wil zeggen, zonder oordelen en vooroordelen. Dat is niet eenvoudig. Ga ervan uit dat je puber het meest deskundig is over zichzelf. En niet jij als ouder. Houd je eigen mening voor je en geef hem de tijd zijn verhaal te doen, zonder dat je steeds inbreekt.

2. Stel neutrale vragen

Neutraal betekent niet koud of afstandelijk. De kunst is vragen te stellen die je kind stimuleren om verder te vertellen. Dat kan ook betekenen dat je suggesties doet: is het dit? Of is het dat? Maar pas op dat je niet gaat psychologiseren. Een puber hoeft van jou niet te horen wat hij voelt, denkt en mankeert. Voor je het weet draait hij de knop om en is de verbinding verbroken.

3. Maak van een gesprek geen verhoor

Bedelf je kind niet onder een spervuur aan vragen. Dat ervaren pubers als een verhoor. Beter is: bevestigend hummen en hoe-vragen stellen. Een vraag als ‘hoe was dat voor jou?’ klinkt voor veel ouders gekunsteld, maar levert vaak wel verrassende antwoorden op.

4. Zorg dat je puber zich veilig voelt

Soms krijg je dingen te horen die je niet zo leuk vindt. Natuurlijk is het onmogelijk om blanco te blijven bij alles wat je hoort. Zeker als het om gevoelige onderwerpen gaat. Stel je bescheiden op. Gesprekken over pijnlijke onderwerpen lopen vaak stroef omdat je puber zich afvraagt wat je van hem zult vinden als je het hele verhaal hebt gehoord. Hoe neutraler je reageert, hoe veiliger hij zich voelt. Kom niet direct met adviezen en oplossingen. Hoe goedbedoeld ook, de boodschap is: ik weet het beter. En daar zijn pubers allergisch voor.

5. Vermijd dubbele boodschappen

In veel ogenschijnlijk vriendelijke vragen zit een eis verstopt. ‘Wil jij de tafel dekken?’ ‘Heb ik geen zin in, ik zit net lekker te computeren.’ ‘Nou zeg, ik ben druk met eten koken. Dat kun je best even doen.’ Dat was dus geen vraag, maar een eis. Als je je kind een vraag stelt en bereid bent om zijn nee te accepteren, is de kans groter dat hij ja zegt. Iets zelf bepalen vinden pubers veel leuker dan van alles moeten. Het moet natuurlijk geen trucje worden om je zin te krijgen, dat heeft je kind feilloos door.

6. Durf emotioneel te zijn

Veel ruzies gaan over zaken als te laat thuiskomen en geen huiswerk maken. Maar vaak zit er iets anders achter: je bent bang dat je kind iets overkomt of dat hij zijn toekomst verknalt. Vraag je op een rustig moment af wat je echt belangrijk vindt. Benoem dat heel concreet en maak duidelijk wat je gevoelens daarover zijn. Dat werkt veel beter dan: ‘Je doet het omdat ik het zeg.’ Pubers zijn eerder onder de indruk van gevoelens dan van rationele argumenten van hun ouders.

7. Maak gebruik van zijn oplossend vermogen

Wat ouders ‘afspraken’ noemen, zijn vaak opgelegde regels, verpakt in een democratisch jasje. Want vragen of je kind het ergens mee eens is, wil nog niet zeggen dat het een gezamenlijke afspraak is. Dan zeggen ze vaak ja om van het gezeur af te zijn en doen vervolgens waar ze zin in hebben. Als je een probleem aansnijdt en aangeeft wat jij belangrijk vindt, is de volgende stap dat je aandachtig luistert naar de gevoelens en argumenten van je kind. Spreek hem vervolgens aan op zijn vermogen om het probleem op te lossen. ‘Wat ga jij hieraan doen? En wat zou je willen dat wij doen?’ Dan voelt hij zich serieus genomen. De kans is groot dat hij met een voorstel komt en dat jullie er samen uitkomen.

8. Spreek je puber aan op zijn gedrag

Een veel voorkomende fout is dat ouders in hun boosheid allerlei eigenschappen van hun puber bekritiseren. ‘Nou ben je weer te laat thuis. Jij bent onbetrouwbaar en denkt nooit aan een ander.’ Met zo’n aanval op zijn persoon kan je puber niets. Spreek hem liever aan op zijn gedrag. Zeg gerust dat je je boos en teleurgesteld voelt, omdat hij zich niet aan een afspraak houdt. En vraag vervolgens: ‘Hoe ga je dat oplossen?’

9. Stel grenzen

Straffen helpt vaak niet, zeker niet bij jongeren van 15, 16. Is je kind het niet eens met de regels? Dan moet hij die regels aan de orde stellen. Zo geef je hem verantwoordelijkheid. Dat wil niet zeggen dat hij altijd gelijk moet krijgen. Soms moet je als ouder gewoon een grens stellen. Ga dan niet eindeloos argumenteren. Zeg gewoon: ‘Wij zijn je ouders en we vinden dit belangrijk. Punt.’ Houd rekening met tegenwerking en verzet. Maar bedenk ook dat de meeste pubers blij zijn als hun ouders grenzen stellen, al zullen ze dat natuurlijk nooit hardop zeggen.

10. Verplaats je in je puber

Pubers zijn net mensen. Ze hebben gevoelens en verlangens, voor- en afkeuren. En die zijn net zoveel waard als die van hun ouders. Vraag je regelmatig af: is dit goed voor mijn kind of voor mij? Ook bij kleine dingen. Wordt je kind er beter van als hij zijn vieze kleren iedere dag in de wasmand gooit?